Grauwe massa achter fraaie façade
Half aan het zicht onttrokken, nog niet voltooid en met hier en daar iets dat veel weg had van betonrot. Wie de afgelopen week om zich heen keek in het Europabad van Berlijn kreeg het beeld voorgeschoteld van het vaderlandse zwemmen, twee jaar na de Olympische Spelen van Sydney. Voor het oog van de buitenwereld werd een schitterende façade opgetrokken, maar wie verder keek en een blik achter de schermen waagde, stuitte al snel op een grauwe, grijze massa.
Deze aanhef is het begin van de EK-slotbeschouwing van Luuk Blijboom in De Telegraaf.
Het was in dat decor dat Ad Roskam gistermiddag na negen jaar definitief afscheid nam van de KNZB. Optimistisch, als altijd. “Een goed tot zeer goed niveau”, had hij in de Duitse hoofdstad gezien. Maar gelukkig was ook met het vleugje cynisme waarmee de technisch adviseur van NOC*NSF zijn visie zo graag doorspekt. “Daarmee moet je je wel voor de finales kunnen kwalificeren.”
Pieter van den Hoogenband voldeed, met goud op de 100 en een Europees record op de 200 vrij, aan de eisen die hij vooraf aan zijn optreden op de EK had gesteld. In zijn slagschaduw verraste Chantal Groot met een bronzen medaille op de 50 vlinder en tekenden Madelon Baans (2 x 50 school, 100 school), Sebastiaan Tamminga (50 rug), Joris Keizer (100 vlinder) en het kwartet Baans, Groot, Wilma van Rijn en Hinkelien Schreuder met een Nederlands record voor een persoonlijk succesje in de kantlijn van het Europese topzwemmen. Mede door absentie van Inge de Bruijn stak de oogst daarmee zeker ten opzichte van het gastland uiterst schraal af. Philips-coach Jacco Verhaeren waarschuwde echter dat Nederland zich niet moet blindstaren op de Duitse ploeg, die zich onder leiding van de herboren Franziska van Almsick ontpopte als de grootste veelvraat van het medailleklassement. “Daar zijn het ook de ouwe zakken die de plakken uit het water vissen.”
Nederland kan gerust gaan slapen, zo sprak Roskam. Zwemmen zit ons immers in de genen, daarom is er geen reden voor ongerustheid over de opvolging van de huidige lichting. De doorstroming moet in zijn optiek echter wel over meerdere afstanden en slagdisciplines worden uitgespreid. Niet alleen binnen de Nederlandse ploeg, maar ook bij de verenigingen is het een structureel probleem dat buiten de vrije slag en op afstanden boven de 100 meter nauwelijks talent voor handen is. Er moet worden gestreefd naar een solide basis, waarbij clubs ook zorg en aandacht besteden aan andere afstanden dan het koningsnummer. Verhaeren ziet in relatief minder sterk bezette nummers als bijvoorbeeld de 200 rug of de 200 school voor vrouwen of - bij de mannen – alles boven de 200 vrij zelfs een mogelijk nieuw speerpunt. Het huidige niveau in Nederland op die onderdelen noemt hij zeer bedroevend. “Maar met veel trainingsijver ligt daar een enorm terrein braak”, zo voorzag hij.
Eenvoudig zal de cultuuromslag evenwel niet worden, meende Roskam. “Het is de taak van de KNZB om topsporters te begeleiden in hun carrière, maar binnen de zwembond zijn te weinig mensen daadkrachtig bezig met het uitvoeren van een visie. Voor het realiseren van een topsportprogramma is een professionele organisatie essentieel, omdat topsport een steeds hardere business wordt. Zoiets staat echter op gespannen voet met de huidige bondsorganisatie. De KNZB is namelijk veel meer een administratief dan een sturend orgaan.”
De snelle totstandkoming van de Stichting Topzwemmen Nederland, de onafhankelijke topsportsectie binnen de zwembond, lijkt van levensbelang. Plannen zijn er volop, maar verder dan de koelkast komen die vooralsnog niet. Haast is geboden, maande ook Verhaeren in Berlijn meermaals. “Het draadje waar het Nederlandse zwemmen aan hangt is flinterdun. Van den Hoogenband en De Bruijn zijn uitzonderlijk getalenteerd, maar de rest is gewoon subtop. Die bronzen medaille van Chantal Groot is een knappe prestatie, maar wanneer volgend jaar op de WK iedereen meedoet, sta je met die tijd mooi wel náást het podium in plaats van er op. Die Stichting moet er snel komen èn haar doel niet voorbij schieten. Je moet niet proberen nieuwe Pieters of Inges te kweken, want dat lukt je toch niet. Richt je op de deelnemers aan de Europese jeugdkampioenschappen en het Olympic Talent Team. Lever eerst maar een aantal zwemmers af die op de 200 vrij onder de 1.50 zwemmen. Dan kunnen we vanuit die situatie verder werken.”
Ook Roskams opvolging is nog altijd niet geregeld, al maakt de betrokkene zelf zich daar nauwelijks zorgen om. Voor september is dat rond, klonk het gisteren geruststellend. Een naam kon hij niet presenteren, maar het lijkt ondenkbaar dat de kandidaat wordt gekozen uit het rijtje André Cats, Titus Mennen, Erik van Westen en Hans Elzerman, het kwartet dat solliciteerde. Binnen de nieuwe structuur wordt het takenpakket van de topsportcoördinator overigens in tweeën gesplitst. Op de ene zetel komt de directeur van de STN, op de andere de nieuw aan te stellen bondscoach. “De nieuwe directeur van STN zal geen sporttechnische functie bekleden. Daarvoor wordt een bondscoach aangesteld, die naast de specifieke voorbereiding op grote internationale toernooien tevens als klankbord voor de huidige lichting toptrainers moet functioneren.“ Of de benodigde één miljoen euro ook daadwerkelijk op tafel komt, trok hij openlijk in twijfel. “De KNZB zoekt al 110 jaar naar een geldbron. Marketing is niet de sterkste kant van de bond.”
Het roer moet om, herhaalde Roskam bij voortduring. Maar nóg noodzakelijker dan de drastische koerswijziging noemt de scheidend topsportcoördinator de bouw van het veelbesproken wedstrijdbad in Eindhoven en de daaraan gekoppelde toewijzing van de EK van 2006. “Als dat er niet komt, laat ik al mijn hoop op het Nederlandse zwemmen varen.”
Prachtige afsluiting Europese Kampioenschappen
De finale van de finaledagen, je móet deze gezien hebben, met tekst valt het niet te omschrijven. Voor de ware zwemliefhebber een heerlijke middag, voor de patriottistische vaderlander een middag om snel te vergeten. De oppermachtige Duitsers lieten enkele steekjes vallen in hun indrukwekkende erelijst tot nu toe. Verrassingen waren er in overvloed, records ook. Genieten in optima forma!
De middag begon met de finale van de 50 meter rugslag, met daarin als favoriete de Duitse Sandra Völker. Vanaf de start was het een gelijk opgaande race, maar tot ontzetting van het publiek tikte de Spaanse Nina Zhivanevskaia met 28,58 een fractie eerder aan dan Völker (28,81). De Duitsers kunnen dus ook verliezen (ik schreef toch dat het een mooie middag zou zijn?).
De 200 meter vlinderslag kende net zo’n mooie strijd, Annika Mehlhorn moest daar de eer van Duitsland verdedigen. Na 100 meter was het nog steeds een gelijk opgaande race en kon eigenlijk iedereen nog winnen. Toen was het de Poolse Otylia Jedrzejczak die de leiding nam, het leek alsof ze vleugeltjes kreeg, haar voorsprong groeide uit tot meters. Het publiek bleef op Mehlhorn letten die in de strijd om het zilver verwikkeld was. Het bleef even stil toen Jedrzejczak aangetikt had, maar toen barstte het los, ze had een wereldrecord gezwommen! Met 2:05,78 bleef ze drie honderdsten onder het wereldrecord van Susan O’Neill wat ze zwom in Sydney. Otylia Jedrejczak was op de EJK’s van 2000 en 2001 succesvol op de lange vrije slag nummers en op de 200 vlinder, een afstand waarop ze op de Olympische Spelen een vijfde plaats haalde. In Helsinki zwom ze naar het zilver op deze afstand.
Op de 50 meter vrije slag kwam Pieter van den Hoogenband aan de start; de grote Alex Popov was een van de favorieten. Een prachtig gelijk opgaande race, met uiteindelijk verrassende medaille winnaars. Bartosz Kizierowski won goud in 22,18, zilver was er voor Lorenzo Vismara (22,26) en brons voor Oleksandr Volynets (22,31). Van den Hoogenband won de strijd om de vierde plaats nipt van Popov, 22,34 om 22,35. De tijden vielen wat tegen, maar de medailleverdeling was erg interessant. Wat één baantje rammen al niet tot gevolgen heeft….
Voor Nederland was ook de finale van bij de vrouwen interessant, daar kwamen Wilma van Rijn en Chantal Groot aan start. Het was Therese Alshammer die met 24,84 voor het veld uit lag, daarna was het een loterij. Van Rijn won de onderlinge strijd van Groot, waarschijnlijk kwam dat omdat ze nu een full body fastskin droeg. De eindtijden van beide dames waren 25,53 (vijfde) voor Van Rijn en 25,59 voor Groot (zevende). Geen eremetaal voor de dames, wel goede tijden.
De Italiaan Alessio Boggiatto, die met dat lange wilde haar dat zelfs onder zijn badmuts vandaan komt, die met zijn fastskin nog aan als een verdwaalde zwerver op het podium stond, won het goud op de 400 meter wisselslag. Na een tijdje onder het wereldrecordschema gezwommen te hebben, bleef er voor hem een tijd over van 4:13,19, ruim voor de rest van het veld.
Yana Klochkova was de favoriete voor de titel op de 400 meter vrije slag. Het leek erop dat ze na 300 meter makkelijk het goud zou halen, maar de laatste meters kwam Eva Risztov nog erg dichtbij. Klochkova bleef slechts een handlengte voor, 4:07,10 om 4:07,24 en mocht toch het goud in ontvangst nemen. Na de race kuste zij haar spierballen!
De wisselslag estafettes waren superspannend, alleen bij de dames deed een Nederlands team mee. De strijd om de medailles werd gewonnen door Duitsland in een nieuw Europees record van 4:01,54, niet geheel onverwacht gezien het optreden van deze dames tot nu toe. Nederland zwom in de achterhoede mee om de eer, Hinkelien Schreuder opende de rug met 1:05,27, iets sneller dan vanochtend. Schoolslagzwemster Madelon Baans probeerde met 1:09,62 de achterstand op de rest van het veld wat goed te maken. Dat lukte een beetje, maar ook na Chantal Groot die naar 1:00,64 vlinderde, lag de ploeg nog achtste. Slotzwemster Wilma van Rijn dichtte het gat met Denemarken met haar 55,03. Het leverde Nederland een zevende eindtijd op van 4:10,56, zeker niet verkeerd. Eindelijk ook sneuvelde het NR, dat met 4.10.70 bijna zestien jaar op naam stond van Jolanda de Rover, Petra van Staveren, Conny van Bentum en Annemarie Verstappen. Die tijd tijd leverde het viertal in Madrid 1986 WK-brons op.
De Duitse heren maakten er een waar spektakel van door in berenpak op te marcheren. Ook deze finale was van wereldniveau, met een zeer spannende strijd tussen Duitsland, Frankrijk, de Oekraïne, Rusland en Hongarije. De vrije slagzwemmers moesten de uitslag bepalen, voor Rusland was het Popov die alles en iedereen inhaalde met een split van 47,85 een zeer verdiend het goud naar Rusland sleepte. Weer een finale die op je netvlies gebrand blijft staan! Dit kenmerkte de laatste finaledag van de Europese Kampioenschappen zwemmen in Berlijn, voor de meeste zwemmers maar voor al het publiek, media en medewerkers, een zeer geslaagd toernooi!
Nederlands media-estafetteteam eervol 20ste
Waar de verwachtingen bij de estafettes van het Nationale team altijd hooggespannen zijn, stond het mediateam niet onder de druk om te moeten presteren. Met Olympische helden van weleer, VIP’s en medewerkers van de organisatie als tegenstanders, was het de mensen van de pers vergeven indien er geen podiumplaatsen gehaald zouden worden.
Nederland was in deze estafette met één team aanwezig, bestaande uit journalisten. Startzwemmer van het team Holland I was John Volkers van De Volkskrant. In de voorbereiding op dit toernooi had hij het nodige onderzoek gedaan naar de meest perfecte race. Op het juiste moment wist hij te pieken, in een persoonlijke recordtijd van 41,54 raffelde hij zijn 50 meter vrije slag af. De ervaren Mark Hoogstad van het NRC Handelsblad nam daarna scherp over en deed brutaalweg een aanval op het Nederlands record dat dateert van de Europese Kampioenschappen in Helsinki. Met zijn 36,80 als split lag het team prima op schema. Ondergetekende, in cognito zwemmend als Oene Rustimj, nam vervolgens het stokje over. Met 30,10 zette hij de snelste splittijd van het team neer, waarna Marc Houben van Sportweek het eenvoudig af kon maken voor Holland I. Zijn 39,96 leidde het team naar een eindtijd van 2:28,40. Een eervolle twintigste plaats in dit met 39 teams zwaar bezette veld, bovendien een Nationaal record! Het team van beveiligingsmedewerkers van het EuropaSportPark won de race in een nieuw wereldrecord (1:42,56).
Teammanager en hoofd van de beveiliging Natascha Kayser (Algemeen Dagblad) had vervolgens haar handen vol om de hordes journalisten en fans bij de zwemmers vandaan te houden. Na de verschillende kranten- en tv-interviews afgelegd te hebben, moest er immers uitgezwommen worden (?). Ook een deskundige analyse onder leiding van Dick Bergsma ontbrak natuurlijk niet. De details van deze estafette zullen ook nog bij menig borreltafelgesprek naar voren komen.
Wisselend succes voor estafetteploegen
Opnieuw heeft de Nederlandse mannenestafetteploeg op de wisselslag de kansen vergooid om in het eindspel een rol van betekenis (er waren medaillekansen) te kunnen spelen. Het zou geen eenvoudige opgave worden om de finale te bereiken, dat was bekend. Maar dat de ploeg door de zijdeur zou afgaan, daar was niet op gerekend.
Klaas-Erik Zwering startte naar behoren in 56.78 en na een voortreffelijke schoolslagbijdrage van Thijs van Valkengoed (1.02.05) leek een snelle tijd mogelijk omdat Joris Keizer vermoedelijk in de 52 kon zwemmen. Na een uiterst voorzichtige overname (0,45) kon de 100 vlinder-finalist niet op gang komen en ploeterend in de golven ging hij letterlijk kopje onder in 53.81. Op dat moment lag Nederland in de eerste serie in zesde positie. Gijs Damen trachtte te redden wat er te redden viel, maar moest zijn snelle eerste baan bekopen met een enorme inzinking aan het eind. Zijn 50.73 na een overname van 0.32 was niet voldoende en toen het eindklassement werd opgemaakt was de conclusie duidelijk: negende op 0,49 seconde van de Zweedse ploeg, die wel de eindstrijd haalde.
De serie-uitslag: 1. Hongarije 3.58.53 2. Frankrijk 3.39.21 3. Duitsland 3.39.25 4. Oekraïne 3.39.39 5. Rusland 3.40.68 6. Kroatië 3.41.47 7. Finland 3.42.57 8. Zweden 3.42.88 9. NEDERLAND 3.43.37.
De vrouwen waren wel op scherp naar de start gekomen, al kon Hinkelien Schreuder (1.05.55) absoluut niet imponeren. Nederland, dat in de eerste serie zwom, leek toen vroegtijdig uitgeschakeld te worden. Daar staken de volgende zwemsters echter een stokje voor. Met 1.09.68 zorgde Madelon Baans voor de aansluiting, waarna Chantal Groot (1.00.94) zich dicht in de buurt van de Russische zwemster Vinogradova vocht en met een achterstand van een seconde het stokje overgaf aan Manon van Rooijen. Met een wederom sterke tweede baan slaagde deze erin de Russinnen te passeren zonder echt een supertijd (55.93) te realiseren. Het Oranjekwartet finishte als derde in 4.12.10 en dat was voldoende voor een zesde tijd in totaal.
Wellicht dat in de finale eindelijk het bestofte NR uit 1986 (4.10.65 op naam van Jolanda de Rover, Petra van Staveren, Conny van Bentum en Annemarie Verstappen) doorgestreept kan worden.
De serie-uitslag: 1. Duitsland 4.06.84 2. Zweden 4.09.71 3. Spanje 4.10.13 4. Italië en Oekraïne 4.11.41 6. NEDERLAND 4.12.10 7. Rusland 4.12.15 8. Denemarken 4.12.54.
Op de 400 meter vrije slag had Haike van Stralen niets in te brengen. Zij eindigde in een veld van 27 deelneemsters als 25-ste in 4.21.93, drie seconden boven haar persoonlijke record. Om de finale te bereiken was 4.12.84 nodig.
Planken ervaart de hardheid van sport
Zaterdag 03 augustus 2002 - BERLIJN (ANP) - Lisette Planken heeft gisteren bij de EK in Berlijn de hardheid van haar sport leren kennen. De Nederlandse schoonspringster ontspoorde in de finale van de 3-meterplank tijdens de opzet voor haar tweede sprong en kreeg een nul omdat de jury de goede bedoelingen niet meer herkende. Ze kreeg daarmee bijna automatisch de twaalfde en laatste plaats toebedeeld.
De zware taak daarna - ondanks de mislukking een toernooi toch goed afronden - volbracht ze lachend. Veel vrolijker zelfs dan de winnares Joelia Pachalina. De 24-jarige Russische vlo (1,57 m en 50 kg) bleef met een totaal van 329,94 punten volkomen terecht Ditte Kotzian en Conny Schmalfuss voor. De voor eigen publiek stevig overgewaardeerde Duitsen eindigden ondanks de hulp op een respectabele achterstand van respectievelijk tien en 35 punten.
Planken ging uitgerekend de mist in bij de gemakkelijkste sprong van haar finalerepertoire, een tweeënhalve salto voorover gehoekt. Zo een die ze 's nacht om drie uur met de ogen dicht nog kan maken. Ze kwam niet goed los van de plank en leek even vergeten waarvoor ze in de lucht hing.
Wel bezat ze de tegenwoordigheid van geest om gecontroleerd te landen. Bij schoonspringen is het echter de bedoeling dat de handen of voeten het eerst de waterspiegel breken. Planken landde scherp gehoekt op handen én voeten.
"Dat doet veel minder pijn dan platvallen. Wat er misging? Goede vraag. Geen idee. De aanloop was goed, dat extra huppeltje ook, maar daarna zakte ik door mijn benen. Misschien wilde ik te veel kracht zetten. Op de training is me dat ook wel eens overkomen, maar in een wedstrijd nog nooit. Nu heb ik hopelijk alles gehad. Dan kan het voortaan alleen maar beter gaan", zei de 21-jarige studente uit Berkel en Rodenrijs.
In Nederland begeleidt Eljo Kuiler haar, de vooruitgang heeft ze het afgelopen jaar aan de universiteit van Iowa geboekt, waar ze 'business' studeert en elf keer in de week traint. De gewraakte sprong van Berlijn gaat er uit, omdat ze de moeilijkheidsgraad wil verhogen teneinde ooit met de top mee te kunnen doen. "Ik ga in de toekomst de drieënhalf gehurkt doen."
Planken vertelde niet zenuwachtig te zijn geweest voor de eindstrijd, waarvoor ze zich als tiende kwalificeerde. Een geslaagde opening, een betere tweeënhalf achterover gehurkt dan donderdag, duidde daar ook al op. Het herstel na de mislukte sprong was bewonderenswaardig.
Bij de tweeënhalf binnenwaarts gehurkt was de deceptie nog niet helemaal verwerkt, haar anderhalf voorover met drievoudige schroef leverde veel applaus en ruim zestig punten op. "Terugkomen is moeilijk als alle adrenaline eruit is. Je bent uit de wedstrijd en moet toch door. Daar ben ik wel tevreden over. Ik hoop dat het er volgend jaar wel uitkomt."
Wereldrecord Van Almsick op de 200 vrij
In een bomvol EuropaSportPark kwam de Duitse organisatie op het lumineuze idee om vandaag oranje T-shirts te gaan verkopen, zou dat een voorbode zijn van de prestaties van onze zwemmers vandaag? In ieder geval regende het records.
Suze Valen mocht het spits afbijten voor Nederland op de 50 meter rugslag. Tijdens de eerste halve finale zette ze na een goede start een tijd neer van 29,75 iets sneller dan vanochtend in de series. Een tiende tijd in totaal is echter niet genoeg om morgen nogmaals aan de start te verschijnen. “Haar doel dit seizoen was om 29,0 te zwemmen, maar dit was het allemaal net niet. Verder heeft ze wel een goed seizoen gehad,” aldus haar coach Ad van de Ven.
Misschien Manon van Rooijen dan, was dit haar dag na haar zeer goede optreden in de serie vanochtend? Tijdens de race was het oog gericht op Franziska van Almsick, ze keerde meteen al onder haar wereldrecordschema, wat was ze van plan? Het stadion schudde op zijn grondvesten, ondanks de 28C was het kippenveltijd. Met 27,14; 56,27 en 1:26,33 als tussentijden, verbeterde ze haar eigen wereldrecord van acht jaar geleden tot 1:56,64. Wie nog niet overtuigd was, is dat nu inmiddels wel, Van Almsick heeft er weer zin in! Van Rooijen startte iets sneller dan vanochtend, via 28,29; 58,64 en 1:29,87 (vijfde tussentijd) zwom ze naar een achtste plaats in een eindtijd van 2:02,24. Een ietwat teleurstellende tijd, gezien haar 2:00 van gister, maar waar ze toen de laatste baan kon versnellen, stortte ze nu helemaal in. “Ik ging nu wat sneller weg en dat merkte ik op de laatste 50 meter. Ik had het gewoon gehad,” aldus Van Rooijen na afloop.
Joris Keizer kwam aan de start van de finale op de 100 meter vlinderslag. Direct na het begin lag hij een stukje achter, hij keerde in 24,81 als achtste. Maar Keizer moet het vaak hebben van zijn tweede baan. Opklimmend naar de zevende plaats eindigde hij in 53,11, een paar tienden langzamer dan zijn Nederlands record van gister, 52,82. Thomas Rupprath won in 51,94.
De 50 meter vrije slag bij de dames kende twee Nederlandse deelnemers. Wilma van Rijn zwom in de eerste halve finale naar een prima 25,69, de derde tijd in die serie. Daarmee was ze dik tevreden, omdat ze in de voorbereiding een paar weken training mistte als gevolg van rugklachten en ziekte. “Volgend jaar sta ik er, en laat ik me echt niet meer wegzwemmen.“ Chantal Groot herhaalde het kunststukje van vanochtend, wederom zat ze met haar eindtijd slechts twee honderdste vanaf Wilma van Rijn, dit maal in het voordeel van Groot (25,67). “Door die 50 vlinder waarop ik een medaille had heb ik er nog extra zin in. Het plezier is weer helemaal terug, ook op de trainingen,” aldus een blije Chantal Groot. Beide dames gaan door naar de finale van morgen.
Ook Pieter van den Hoogenband ging door op de 50 meter vrije slag, hard rammen gaat hem dus ook goed af. Als derde gaat hij de finale in met 22,43, de echte sprinters Alex Popov en Bartosz Kizierowski voor zich latend. “Het doel nu was plaatsing. In de voorbereiding heb ik deze afstand verder niet serieus genomen, terwijl het voor de andere twee heren hun belangrijkste afstand is.”
De Kroaat Gordan Kozulj eiste het goud op de 200 meter rugslag voor zich op met een tijd van 1:58,70, een stukje langzamer dan in de series. EJK winnares op de 200 meter schoolslag pakte de dubbel door ook in Berlijn deze afstand te winnen. Met een erg laag slagtempo en lang uitdrijven zwom ze zeer efficiënt naar 2:25,83. Italië maakte zijn status als titelkandidaat voor de 4 maal 200 meter vrije slag waar. Met 7:12,18 lagen ze meters voor op de rest van het veld. Na Duitsland dat tweede werd, was het Griekenland die iedereen verraste met een derde plaats in 7:20,67. De eerste EK medaille voor het land dat over twee jaar de Olympische Spelen gaat organiseren!
Celina Lemmen heeft grote plannen voor de toekomst
Ze zwemt anoniem in de Nederlandse ploeg, de in Texas (USA) wonende Celina Lemmen. Vorig jaar plaatste ze zich via de Nederlandse Kampioenschappen voor de EJK in Malta waar ze brons en zilver haalde op de 100 en 200 meter vrije slag. In Berlijn deed ze mee op de 4 maal 200 meter vrije slag estafette. Met een split van 2:04,13 bleef iets minder dan een seconde boven haar persoonlijk record van vorig jaar. Wie is deze Celina Lemmen? Tijd voor een gesprek met haar.
Op één-jarige leeftijd verhuisde Lemmen naar Amerika, tegenwoordig woont ze in San Antonio Texas. Met haar 17 jaar zit ze nu in het laatste jaar van de middelbare school, 'high school' zoals dat in Amerika heet. Hoewel ze al bijna haar hele leven in Amerika woont, heeft ze er eigenlijk nooit over gedacht om naar Nederlandse paspoort in te wisselen voor een Amerikaanse. "Mijn hele familie is Nederlands, ik ga ook drie keer per jaar terug naar Nederland," aldus Lemmen die zich gewoon Nederlands voelt.
Komend jaar wil ze haar specialiteit, de 200 meter vrije slag, verder verbeteren. Daarvoor wisselt ze haar team AAAA in voor Circle C, een club uit Austin Texas. "Deze club staat hoog aangeschreven, er zwemmen ook goede meisjes van mijn leeftijd, iets wat ik mis bij mijn oude club. Randy Reese wordt mijn nieuwe coach, hij is op de Olympische Spelen in Sydney geweest voor Amerika en traint onder andere ook Neil Walker en Josh Davis. Het jaar er na wil voor een college team gaan zwemmen, al van kinds af aan wil ik graag naar Stanford (coach Richard Quick), maar SMU (coach Steve Collins) heeft ook een erg goed programma."
In de VS is het de gewoonte dat goede zwemmers na hun middelbare school voor een team van de universiteit gaan zwemmen. De NCAA organiseert jaarlijks een studentencompetitie waar topzwemmers van wereldformaat aan meedoen. Bijna alle Amerikaanse topzwemmers trainen bij zo’n universiteitsteam. Ook veel zwemmers uit Zuid-Amerika en Europa trainen in de VS omdat de faciliteiten die zo’n universiteitsteam biedt, tot de top van de wereld behoren. Hierbij speelt nog mee dat een groot aantal van deze teams de zwemmers een vergoeding biedt, een studiefinanciering voor elke student zoals in Nederland kennen ze in de VS niet, ook zijn de collegegelden een veelvoud van de Nederlandse. De kwaliteit van het zwemteam bepaalt in grote mate naar welke universiteit de zwemmers gaan, het studeren komt immers op een tweede plaats.
In Berlijn ging het niet zo goed als gehoopt: "Op de 200 meter vrij waren het veel kleine dingen die mis gingen, maar er zat nu gewoon niet meer in. Ik ga me nu richten op volgend jaar, dan proberen we met deze 4 maal 200 meter vrije slag estafette de wereldkampioenschappen in Barcelona te halen. Starten op een persoonlijk nummer is iets verder weg, maar ik heb wel het idee dat het volgend jaar vooruit zal gaan als ik bij mijn nieuwe club zwem. Ik wil daar wat meer aan techniek doen, bij mijn oude club was het voor het grootste deel meters maken. Met de juiste balans tussen meters en techniek moet het goed komen," aldus Celina Lemmen die inmiddels al meer dan 18 uur per week in het zwembad ligt, en bovendien nog enige uren in het krachthonk en in de gymzaal doorbrengt.
Lisette Planken 12e in finale 3-meter plank
BERLIJN (ANP) - Schoonspringster Lisette Planken is tijdens de EK in Berlijn in de finale van de 3-meter-plank als twaalfde geëindigd.
Planken kwam uit op een totaal van 207,84 punten. De Europese titel ging naar Julia Pachalina uit Rusland (329,94).
'VdH' blijft zwemmend grenzen verleggen
NRC Handelsblad verslaggever Mark Hoogstad sprak met Pieter van den Hoogenband over nieuwe seizoen, over zijn planning en doelen. Zijn gouden race op de 200 meter vrije slag was natuurlijk ook onderwerp van gesprek.
BERLIJN, 3 AUG. Het lichaam is geen computer, verre van dat zelfs, al neemt het zelfsturende en -corrigerende vermogen van Pieter van den Hoogenband griezelige vormen aan. Een tijd onder de één minuut 45 was de opdracht waarmee de kopman van de Nederlandse zwemploeg gisteren plaatsnam op het startblok voor de finale van de 200 meter vrije slag, een tijd onder de één minuut 45 (1.44,89) bleek na 4x50 meter ruim voldoende om zijn tweede gouden medaille in ontvangst te nemen bij de Europese kampioenschappen in Berlijn.
Geen zwemmer of zwemster die wereldrecords op bestelling kan leveren, ook Van den Hoogenband niet. Al doet het gemak waarmee de 24-jarige Brabander door het water schiet anders vermoeden. Moeiteloos, ja bijna plichtmatig, dook de tweevoudig olympisch kampioen donderdag in de halve finales onder de tijd waar hij eerder jarenlang tegenaan had gehikt, het Europese record van de gepensioneerde Italiaan Giorgio Lamberti: 1.46,69. Na het slechten van die barrière (1.46,21) brak toen een gelukzalige glimlach door op zijn gezicht een tafereel dat zich gisteren herhaalde na het aanscherpen van zijn eigen Europese record dat hij twee jaar geleden bij de Spelen in Sydney op 1.45,35 had gebracht.
Niet zozeer zijn zesde individuele EK-titel als wel zijn magistrale tijd stemde Van den Hoogenband gisteren tevreden. ,,Ik ben blij dat er na vandaag tenminste twee mensen op aarde zijn die onder de één minuut 45 kunnen zwemmen'', sprak hij met een knipoog naar zijn Australische rivaal Ian Thorpe. Die raffelde de 200 vrij woensdag bij de Gemenebest Spelen in Manchester af in 1.44,71.
Op een verbetering van die tijd leek Van den Hoogenband gisteren lange tijd aan te koersen, nadat hij als een bezetene van start was gegaan. Sterker nog: bij het laatste keerpunt was hij ruim een halve seconde (0,57) sneller dan de de tussentijd, die Thorpe vorig jaar bij de WK in Fukuoka noteerde op weg naar zijn wereldrecord (1.44,06). Een zucht van bewondering ging daarop door de Schwimhalle van de Berlin Arena, waarna Van den Hoogenband zijn bliksemstart alsnog moest bekopen in de laatste vijftig meter en het hem in de slotmeters ,,weer zwart voor de ogen'' werd.
Trainer Jacco Verhaeren maalde naderhand niet om de inzinking van zijn pupil. ,,Bij zo'n tijd is dat niet erg. Wat telt is dat Pieter weer het gevoel heeft dat hij de strijd met Thorpe aankan. Hij maakt weer progressie. Na vorig jaar keek hij toch tegen een achterstand aan. Dat gat is na vandaag tot aanvaardbare proporties teruggebracht. Ik zie deze race dan ook vooral als een aanzet tot wat we bij de Spelen in Athene willen zwemmen.''
Grenzen verleggen is het wezen van de topsport en Van den Hoogenband verstaat die kunst als geen ander. Groot was niettemin zijn opluchting, want: ,,Met m'n grote bakkes had ik natuurlijk wel verwachtingen gewekt en mezelf onder druk gezet. Achteraf had ik een beetje spijt van mijn uitspraken.'' Spijt van zijn krachtsexplosie in de eerste 150 meter, met een terugval tot gevolg, had hij daarentegen niet. ,,Ik ben een ander type zwemmer dan Thorpe en deel mijn races dus anders in. Hard afgaan past bij beter bij een sprinter dan bij een stayer. Al sluit ik niet uit dat ik mijn tactiek in de toekomst zal aanpassen.''
Het berekenende machtsvertoon, twee dagen na zijn zege op het koningsnummer (100 vrij), tekent vooral de mentale vooruitgang die het wonderkind van de Nederlandse topsport heeft geboekt sinds hij vorig jaar, bij de WK in Japan, vier opeenvolgende nederlagen leed. Dat mocht en zou hem, de zwemmer met de natuurlijke aanleg en souplesse alsmede een ijzeren discipline, nimmer meer overkomen, beloofde Van den Hoogenband bij thuiskomst in Eindhoven.
Een keertje verliezen is tot daaraan toe. Maar verslagen worden door een minder getalenteerde concurrent tijdens een groot internationaal toernooi, zoals in Fukuoka op de 100 vrij gebeurde toen een ontketende Amerikaan (Anthony Ervin) hem in de slotmeters met een vingerlengte aftroefde? Dat nooit meer.
Een dergelijke schlemielige nederlaag zal hem ook niet zo snel meer overkomen, meent Verhaeren. Zijn pupil nadert immers de perfectie. Zowel zijn start- als keerpunten, jarenlang de relatief zwakke onderdelen in het repertoire van Van den Hoogenband, zijn aanmerkelijk verbeterd. Tel daarbij zijn toegenomen kracht en gewicht (plus drie kilogram) en Verhaeren ontkomt niet aan de conclusie dat ,,deze Pieter veel beter is dan de Pieter die in Sydney twee keer op de Olympische Spelen toesloeg''.
Komend najaar stapt Van den Hoogenband in het vliegtuig en reist hij van hot naar her om deel te nemen aan het financieel lucratieve wereldbekercircuit op de kortebaan (25 meter). Doel is zoveel mogelijk wedstrijdritme en -vertrouwen op te doen met het oog op eerst de wereldkampioenschappen langebaan (50 meter) in Barcelona (2003), en vervolgens de Olympische Spelen in Athene (2004).
In de aanloop naar het olympisch toernooi wenst Van den Hoogenband weinig tot niets meer aan het toeval over te laten en mede daarom stelde hij vorig najaar een manusje-van-alles aan in de persoon van Aad van Groningen. Die ontpopt zich sinds de EK kortebaan in België als een onbaatzuchtige steun en toeverlaat voor wie niets te veel of te dol is: hij is vriend, chauffeur, tassendrager, vertrouwenspersoon, lijfwacht en privé-secretaris. Zodat zijn werkgever zich slechts hoeft te bekommeren om hetgeen hij het beste kan: hard zwemmen.
Het mag een tikje overdreven overkomen, zeker in het geval van een zwemmer. Maar Van den Hoogenband beseft als geen ander dat topsport het uitsluiten van toevalligheden is.
Goud en een record voor Van den Hoogenband
Telegraaf verslaggever Luuk Blijboom sprak met Van den Hoogenband na zijn Europees record en vroeg hem naar zijn tweestrijd met de Australiër Ian Thorpe. Lang lag hij onder Thorpes wereldrecordschema, maar dat redde hij niet.
BERLIJN - Met de beste wil van de wereld kon Pieter van den Hoogenband niets negatiefs bedenken over de EK-finale op de 200 meter vrije slag, die hem gistermiddag na 1.44,89 minuten transformeerde tot de tweede mens die ooit onder de 1.45 dook - of het moest de uitslag van de dopingcontrole zijn. Hij bereikte met het verbeteren van zijn eigen Europees record het vooraf gestelde doel, verkleinde het gat met de Australiër Ian Thorpe (goed voor 1.44,06) van 1,29 seconden tot 0,83 en stierf duizend doden op de laatste vijftig meter, iets dat hem weliswaar het wereldrecord kostte, maar tevens duidelijk maakte waar de komende twee jaren de accenten gelegd moeten worden. "En ik ben ook nog eens wereldrecordhouder op de 150 meter", lachte de man die in Berlijn voorlopig slechts buigt voor het wildenthousiaste Duitse publiek.
De vraag hoe de kloof met 'Thorpedo' tot en met de Olympische Spelen van 2004 in Athene geslecht dient te worden, was een logische en dus veel gestelde. Is het verstandig de komende jaren in navolging van de tegenvoeter het accent te verschuiven naar de 400 meter en de halve afstand op basis van duurvermogen te zwemmen? Thorpe zwemt weliswaar de snelste laatste 50 meter van het tweetal, op de eerste drie banen is Van den Hoogenband ontegenzeggelijk heer en meester, zo onderstreepte hij gisteren eens te meer. Het eerste keerpunt tikte hij 0,33 onder Thorpe's toptijd aan (24,48 - 24,81), halverwege lag hij 0,55 onder dat schema (50,90 - 51,43) en met de laatste baan voor de boeg was de marge zelfs opgelopen tot 0,57 (1.17,69 - 1.18,26). Maar waar Thorpe vorig jaar tijdens de wereldkampioenschappen in Fukuoka zijn wereldrecordrace afsloot met een onvoorstelbare laatste split van 25,80, kwam de volledig verzuurde Van den Hoogenband mede door het volledige gebrek aan welke vorm van tegenstand dan ook niet verder dan 27,20.
"Moet ik dan de 100 vrij, het koningsnummer, laten schieten omdat er toevallig iemand anders ook hard zwemt op de 200?", antwoordde Van den Hoogenband zijn gehoor retorisch. Het onderdeel, ooit het domein van grootheden als Johnny 'Tarzan' Weismuller en Alexander Popov, ligt hem te na aan het hart om te laten schieten. "Samen met Jacco Verhaeren hebben we het er wel eens over gehad of we niet eens de keuze moeten maken het accent meer te leggen op de 400 meter. Gelukkig hoef ik daar nu nog niet over te beslissen, want het zou een heel zware beslissing worden."
Hij noemde het vooral een enorme opluchting dat hij er in was geslaagd de daad bij het woord te voegen die hem in de aanloop van het toernooi was ontglipt uit zijn "grote bakkes", zoals hij het omschreef. "Ik zwem hier de derde tijd ooit, er is werkelijk een enorme last van mijn schouders gevallen", bekende hij. "Het gaat mij deze week niet om Europese titels, maar om tijden. Onder de 1.45 komen was een eerste streven, maar zeker niet het einddoel. Zie het maar als een stap in de juiste richting."
Eenzelfde schrede, maar dan iets bescheidener, maakten gisteren ook ploeggenoot Joris Keizer op de 100 (52,82 een verbetering van zijn eigen Nederlands record met ruim een halve seconde) en Madelon Baans, die op de 50 school in 32,31 haar derde nationaal record van deze EK zwom. Het was een completering van de feestvreugde die was ontstaan na wat Verhaeren omschreef als een geslaagd experiment.
"De ideale race op 1.44 bestaat uit twee 100 meter van 52. Thorpe is de enige zwemmer die daarbij in de buurt kan komen, tijdens zijn wereldrecord kwam hij tot 51,4 en 52,6. Dat is zó ongelooflijk vlak, eigenlijk niet normaal meer. Maar ja, dat is allemaal theorie. Zodra die twee naast elkaar in het water liggen, heb je niets meer aan dergelijke theorieën. Tijdens de Spelen van Sydney kreeg Thorpe een knak van Pieters hoge aanvangstempo, hij vindt het werkelijk vreselijk om tegen hem te zwemmen. Voor het maken van verdere beschouwingen wacht ik gewoon een jaartje. Tijdens de WK van volgend jaar in Barcelona zien we wel verder."
Print
Mail een vriend



