Valen, VdH, Groot en Van Rijn door
Op het openingsnummer, de 50 meter rugslag, verschenen twee Nederlanders aan de start. Suze Valen mocht zwom in de tweede serie in een mooie rustige slag naar 29,87. Hiermee gaat ze als tiende de halve eindstrijd in. Het verging Hinkelien Schreuder minder, met 30,34 werd ze gedeeld zestiende. In de swim-off die daarop volgde zwom ze wel sneller (30,08) maar omdat haar tegenstandster eerder aantikte, is Schreuder verwezen naar de reservebank.
Zoals verwacht was Pieter van den Hoogenband goed genoeg om door te gaan op de 50 meter vrije slag. Met 22,49 moest hij alleen Alex Popov voor zich dulden. Ewout Holst kon inpakken met een 24ste plaats. Zijn 23,27 was vier tiende boven zijn persoonlijk record, maar dat telt in het internationale veld niet mee. Op de 50 meter vrije slag dames plaatsten zowel Chantal Groot als Wilma van Rijn zich voor die halve eindstrijd. Groot zwom met 25,88 naar een elfde tijd, vlak achter Van Rijn die tiende werd in 25,86.
Wereldrecord 50 meter schoolslag Oleg Lisogor
De vijfde finaledag van het zwemmen was de eerste waarop het stadion helemaal vol zat. Het ging er heftig aan toe, er werd met records gestrooid en ook de meeste Nederlanders presteerden goed.
De 100 meter vlinderslag betekende erop of eronder voor de Nederlanders: Stefan Aartsen probeerde hier zijn mislukte 200 nog enigszins goed te maken en Joris Keizer wilde eindelijk wel eens onder de 53, al heel lang wordt gezegd dat hij die barrière maar eens moet breken, zeker om aansluiting te krijgen met de internationale top. De start van beide zwemmers die in dezelfde halve finale aan de start kwamen, was goed. Aartsen begon als eerste van het veld te zwemmen, maar lag door een sterke onder water techniek van de rest van het veld, inclusief Keizer, meteen een meter achter. Die afstand maakte hij een voor de helft goed, maar na een 50 meter tussentijd van 25,24 moest hij beetje bij beetje op het veld toegeven. Met 28,61 als split op de tweede helft kwam hij uiteindelijk uit op 53,85, zeker niet een langzame tijd (slechts twee tiende boven zijn pr), maar in dit internationale veld niet genoeg om door te dringen tot de finale.
Joris Keizer moest de tweede 25 meter iets toegeven op de naast hem liggende Thomas Rupprath en Lars Frölander, en keerde vervolgens in 24,86. De laatste 25 meter voor de finish kon hij goed aanklampen bij deze twee zwaargewichten en won zelfs nog een beetje terrein. Met deze sterke finish kwam hij uit op een tijd van 52,86, een dikke verbetering van zijn Nederlands record en eindelijk door die 53 seconden barrière! “Joris moest lang wachten tot er weer een grens genomen is, maar dan zwemt hij er ook meteen een halve seconde af,” aldus een tevreden coach Verhaeren. Voor hem zit er met een vijfde plaats wel een finale in.
Klaas Erik Zwering verscheen aan de start van de 200 meter rugslag, na een knappe serietijd van 2:01,23 vanochtend. Als enige Nederlander gekleed in een zo klein mogelijk zwembroekje. Net als vanochtend kwam hij bij de start hoog uit het water, maar verloor gelijk wat terrein omdat zijn tegenstanders meer naar achter duiken. Met 28,93 als tussentijd keerde hij als zevende, op zich nog niks aan de hand omdat hij vanochtend met een iets langzamere starttijd ook als zevende keerde, maar vervolgens opkroop naar een derde plaats. Vanmiddag bleef hij de hele race op die zevende plek liggen, na 59,90 en 1:29,90 zwom hij naar 2:00,85. De andere halve finale ging iets langzamer, maar met een tiende tijd in totaal valt hij buiten de finale. Voor aansluiting bij de internationale top, is een tijd onder de 2 minuten noodzakelijk. Coach Jacco Verhaeren heeft er alle vertrouwen in, “Zwering komt nog wel.”
Manon van Rooijen zwom vanochtend in de serie en hele mooie tijd, als ze dat vanmiddag weer zo doen dan zou er een finaleplaats voor haar inzitten op de 200 meter vrije slag. Na 28,81 en 59,44 kwam ze pas echt op gang. Het tempo ging iets omhoog in de derde 50 meter. Met 1:30,28 als laatste tussentijd kroop ze naar voren en eindigde in 2:00,28 als tweede van de serie. Met dit persoonlijke record gaat ze als vijfde de finale in, een prima prestatie! Nog even en ze heeft het Nederlands record van Annemarie Verstappen te pakken, dat staat al sinds 1982 op 1:59,53.
Vandaag was ook de dag van de finale van de 200 meter vrije slag bij de heren, met daarin natuurlijk Pieter van den Hoogenband. Hij kreeg het publiek wild na zijn tussentijden onder het wereldrecord van Ian Thorpe, 24,49; 50,90 en 1:17,69 maar Thorpe wist in de laatste 50 meter ontzettend te versnellen, iets wat Van den Hoogenband niet meer in zich had. Toch bereikte hij zijn doel, met 1:44,89 zwom hij voor het eerst onder de 1.45, wat ook meteen een Europees record betekende. Vreugde was er bij VdH na afloop: “Je voelt dat het hard gaat, normaal weet je niet wat er verder gebeurd. Nu was het alsof het stadion explodeerde.”
Olaf Wildeboer, zwemmend voor Spanje, werd knap zesde in een tijd van 1:49,24, wederom een persoonlijk record.
Madelon Baans kon goed meekomen tijdens de finale van de 50 meter schoolslag met een prachtige finish wist ze haar Nederlands record van gister te verbeteren. Ditmaal kwam er 32,31 op de klokken. Op slechts enkele tienden vanaf het podium bleef ze steken op een vierde plaats. Emma Igelström won de race zoals verwacht in 31,17.
De 50 meter schoolslag beloofde een spektakel te worden, iedereen rekende op een strijd tussen de Duitsers Jens Kruppa en Mark Warnecke, maar vanuit baan drie was het Oleg Lisogor die een voorsprong pakte op de rest van het veld, wat verder erg dicht bij elkaar bleef liggen. Met een prachtige techniek behield hij zijn voorsprong en pakte het goud in een tijd van 27,18. Niet alleen een dik persoonlijk record maar ook een verbetering met 0,21 seconden van het wereldrecord dat Ed Moses op 31 maart vorig jaar in Austin neerzette! “Ik kan het nog niet helemaal bevatten, ik ben gewoon erg blij,” verklaarde Lisogor na afloop, nog steeds verbaasd over zijn WR. Toch moet hij nog sneller kunnen, “Ik kwam niet helemaal uit bij de finish, en in eigen land zou het ook nog sneller moeten kunnen.”
Martina Moravcova won overtuigend de 100 meter vlinderslag in een prima tijd van 57.20, slechts 0,59 van het onwaarschijnlijk snelle wereldrecord van Inge de Bruijn. “Het jaar na de Olympische Spelen was zwaar, ik had problemen met mijn motivatie, dat is nu veel beter,” aldus een tevreden Moravcova. De titel op de 1500 vrije slag voor mannen was voor de Rus Yuri Prilukov in een tijd van 15:03,88. Stanislava Komarova won nipt de strijd om de titel op de 100 rug voor vrouwen (1:01,40).
Lisette Planken in finale 3-meter
BERLIJN (ANP) - Lisette Planken heeft donderdagavond bij het EK schoonspringen in Berlijn de finale bereikt op de 3-meterplank. De in de Verenigde Staten studerende en trainende Nederlandse haalde in de voorronde een totaal van 263,34 punten. Daarmee ging ze als tiende over.
Bianca van Os-Bán slaagde er niet in zich bij de beste twaalf te scharen. Ze werd met 231,87 veertiende. De finaliste op de 1-meterplank (zesde) scoorde met haar vijf sprongen voor Europees topniveau wat aan de lichte kant. Echter zonder al te grote ontsporingen uitgevoerd te veel magere zesjes voor een plek in de eindstrijd. Ze liet vooral op de onderdelen met een hoge moeilijkheidsgraad, de tweeënhalf contra en de tweeeënhalf achterwaarts (te vroeg uitgestrekt), door een matige landing punten liggen.
Planken toonde de jury een lastiger repertoire met een behoorlijk stabiliteit en beheersing. Ze heeft zich in vergelijking met het EK van twee jaar geleden in Helsinki, waar ze nog vrij verrassend doordrong tot de finale, aardig ontwikkeld. De meeste eer legde ze in met haar tweeënhalf binnenwaarts en de anderhalve salto voorover met een drievoudige schroef. Beide sprongen leverden een kleine zestig punten op.
Deze scores, met een uitschieter richting zeventig, zijn nodig om met de besten mee te doen. Voor verbetering vatbaar waren vooral de sprongen waarop Van Os ook te veel verspeelde. Planken durfde het echter wel aan haar contra als laatste op het programma te zetten. Van Os sprong die als tweede. Op grond van de kwalificatie is de Russin Joelia Pachalina (348,39) vrijdag favoriete voor het Europese goud.
Van den Hoogenband spaart zich voor de finale
Telegraafverslaggever Luuk Blijboom ging in gesprek met Jacco Verhaeren na de 200 meter race van Pieter van den Hoogenband. Gespreksonderwerp was onder andere het moment waarop een zwemmer zou moeten pieken.
BERLIJN - Jarenlang hikte Pieter van den Hoogenband, als aankomend zwemtalent, aan tegen het wereldrecord op de 200 meter vrije slag, dat niet minder dan tien seizoenen op naam stond van de Italiaan Giorgio Lamberti. 1.46,69, het was een magische cijfercombinatie waar hij in zijn jonge jaren nog wel eens zwetend wakker van werd. Maar kleine jongens worden groot - in het geval van Van den Hoogenband zelfs: onmetelijk groot - en zo kon het gebeuren dat 'VdH', als gearriveerde zwemvedette, met de handrem er nadrukkelijk op in de halve finale van de Europese titelstrijd in Berlijn de Italiaan het kampioenschapsrecord ontnam: 1.46,21. Leuke tijd, maar geen top, heet dat tegenwoordig. "Ik heb me de laatste vijftien meter een beetje laten uitdrijven. Want als ik nu echt explodeer, breekt me dat in de finale tijdens de eindsprint op. En die zal ik nodig hebben voor een Europees record."
Zelfs Van den Hoogenbands tijd in de series, 1.47,53, bleek voor de concurrentie in de halve finales een brug te ver, maar in de virtuele tweestrijd met Ian Thorpe, die in Manchester in het kader van de Gemenebest Spelen in het water ligt, kreeg de Brabander een tikje. De Australiër kwam in Engeland tot 1.44,71, de tweede tijd ooit gezwommen, maar tot enige mate van ongerustheid leidde die tijd niet in het professionele Philips-kamp. Coach Jacco Verhaeren zag de tegenvoeter toevallig op zijn hotelkamer door het beeld snellen en kreeg daarbij voldoende mee om Thorpe's prestatie op de juiste wijze in te schatten. "Het toont aan dat hij verschrikkelijk hard kan zwemmen, maar om nou te zeggen dat ik diep onder de indruk was, nee. Hij zwom écht volle bak en kwam, met een wereldrecord van 1.44,06 achter zijn naam, maar iets minder dan zeven-iende van een seconde boven die tijd. Dan zie ik liever Pieter, die een persoonlijk en Europees record van 1.45,35 achter zijn naam heeft, met twee vingers in de neus deze tijd zwemmen." (Jacco Verhaeren blijft voor zijn succesvolle pupil Pieter van den Hoogenband de details verbeteren. (Foto: ANP))
Van den Hoogenband heeft de zeldzame gave hard te zwemmen op bestelling, zo blijkt in de Duitse hoofdstad eens te meer. Nogal logisch, meent Verhaeren. "Want het trainingsprogramma dat we draaien maakt het onmogelijk op een ander moment in het jaar de snelste seizoentijd te zwemmen. Soms is het verleidelijk uit te halen tijdens lucratieve wedstrijden als de Wereldbeker of Mare Nostrum, maar Pieter is zich als een van de weinigen bewust dat het gaat om Het Moment. Je legt jezelf daarmee wel een extra druk op en statistisch gezien heb je meer kans op succes wanneer je meerdere malen in het seizoen naar een piek toewerkt, maar het toont zijn zeldzame klasse dat hij daarmee uitstekend om kan gaan."
Het succes van VdH is het succes van het steeds verder uitdijende begeleidingsteam rond de formatie, zo benadrukt de 33-jarige Verhaeren. Naast de trainer bestaat dat momenteel uit de Belgische inspanningsfysioloog Jan Olbrecht, stromingsdeskundige Wieger Medsonides, diëtist Joris Hermans, krachttrainer Luc van Agt, fysiotherapeut Frank van Hek, arts Hans van Kuyk, persoonlijk manager Patrick Wouters, teammanager Colette Zee, vader/steun/toeverlaat Cees-Rein van den Hoogenband en persoonlijk begeleider Aad van Groningen. Uitstekend samenspel van het elftal maakt volgens Verhaeren dat kennis in welke vorm dan ook niet alleen wordt gebundeld, maar ook uitgediept.
"Lactaatmetingen, techniekmetingen en zwemanalyses worden niet alleen veel frequenter, maar ook veel gedetailleerder uitgevoerd. Bij een meting van het lactaat (het melkzuur in het bloed, red.) kijken we bijvoorbeeld niet alleen naar de training van dat moment, maar ook naar de zwemtechniek en de voeding die aan het ijkpunt voorafgaan. Alle bloedbeeldbepalingen hebben een medische, technische èn inspanningsfysiologische insteek."
Maar het is niet alleen op het medische vlak dat zelfs aan de kleinste details wordt gedacht. "Pieter slaapt bijvoorbeeld deze EK als een van de weinigen alleen op een kamer, zodat een snurkende ploeggenoot hem geen verstoorde nachtrust kan bezorgen. Of neem de rol van iemand als Van Groningen. Hij zorgt er voor dat hij in het zwembad niet onnodig wordt tegengehouden en rijdt Pieter met een auto van en naar het hotel, zodat hij niet eerst een kwartier op de bus hoeft te wachten en vervolgens tien minuten opgevouwen zit. Het zijn futiliteiten, maar juist dáár gaat het bij wereldtoppers om."
'Krachten gespaard voor finale 200 meter'
Algemeen Dagblad verslaggeefster Natascha Kayser sprak met Pieter van den Hoogenband na afloop van zijn race. Het publiek reageerde enigszins teleurgesteld op zijn 1:46, maar dat deerde VdH niet, ''Vertrouw me nou maar, op deze manier pakt het veel mooier uit.''
Er rolde gistermiddag een merkwaardige golf van teleurstelling over de tribunes van het Europa Sportpark in Berlijn. De mensen zijn kennelijk zo gewend geraakt aan een supertoptijd van Pieter van den Hoogenband, dat zijn 1.46,21 in de halve finale van de 200 meter vrije slag zelfs als een lichte tegenvaller werd beschouwd.
Nadat Van den Hoogenband dinsdag en woensdag mislukte aanvallen had gedaan op het wereldrecord op de 100 meter vrije slag, waren de verwachtingen in het Berlijnse zwembad hoog gespannen. VdH's grote rivaal Ian Thorpe had woensdag op de Commonwealth Games in Manchester al 1.44,71 gezwommen. De Olympisch kampioen uit Nederland had daarop aangekondigd op de EK onder zijn eigen Europese record (1.45,35) te zwemmen.
Van den Hoogenband spaarde in de halve finale echter zijn krachten, die hij toch met grote overmacht won. Vanmiddag in de finale wil hij exploderen, zoals hij het zelf zei. ,,Het had weinig nut in de halve finale al tot het gaatje te gaan'', vond hij. ,,De finale is er voor om te excelleren, dus bewaar ik het daarvoor. Als ik niet met de handrem erop zou hebben gezwommen, zou ik niet tot het uiterste kunnen gaan in de finale. Alles onder de 1.50 voelt het lijf. Het scheelt flink in de verzuring van de benen. Vertrouw me nou maar, op deze manier pakt het veel mooier uit.''
Hoe het zou gaan, was een vraagteken voor Van den Hoogenband en zijn coach Jacco Verhaeren. De laatste zes weken voor de EK richtten ze zich volledig op de 100 meter, omdat het niveau daarvan toen nog niet hoog genoeg was. ,,Het is een risico'', erkende Verhaeren. ,,Maar de ervaring leert dat als Pieter op de 100 onder de 48 kan zwemmen, het met de 200 ook wel goed komt. Te veel op de 200 meter trainen kost hem pure sprintsnelheid op de 100. Maar met wat hij in de halve finale liet zien, ben ik tevreden. Het heeft geen enkele zin in de halve eindstrijd verschrikkelijk de verzuring in te gaan. Daarin worden de prijzen niet verdeeld.'' Dat gaat vanmiddag, volgens het wedstrijdschema om 17.23 uur, wel gebeuren. Over zijn tijd wilde Van den Hoogenband niet te veel speculeren. Voor de 1.44,71, die Thorpe in Manchester zwom, wilde hij wel tekenen. ,,Maar als het 1.44,9 is, ben ik ook tevreden. Ik wil onder die 1.44-grens. Ik moet een tandje harder weg, iets onder de 25 seconden. Niet te hard, want dan verschiet ik mijn kruit voor een eindschot. Dan twee banen van 27 en op het eind alles eruit knallen. Ik zie waarschijnlijk bij 150 meter al sterretjes, maar het zou goed moeten komen.''
Sterke laatste vijftig Manon van Rooijen
De vooruitzichten voor een plaats in de halve finale 200 meter vrije slag leken hopeloos toen Manon van Rooijen aan haar laatste vijftig meter begon. In de derde van de vier series keerde zij als zevende in 1.31.53, maar bij de finish was zij de eerste met een fabuleuze slotronde in 30.05! In totaal leverde dat een zesde tijd op in 2.01.58. Voor Marleen Veldhuis viel het doek als 24-ste in 2.05.40.
Goed nieuws was er op de 100 meter vlinderslag. Ook hier was een zeer sterke tweede vijftig de basis voor de 53.60 van Joris Keizer, waarmee hij zich als vierde voor de halve eindstrijd plaatste. Stefan Aartsen had meer moeite met de 100 vlinder, maar zijn 54.41 was uiteindelijk goed voor een veertiende plaats. Hij mag het vanmiddag nog een keer overdoen.
Op de 200 meter rugslag gaat Klaas Erik Zwering proberen vanmiddag de 2 minutengrens te passeren en op die manier de finale te bereiken. In de series tikte hij samen met Emanuele Merisi aan in 2.01.23, de achtste tijd.
Van den Hoogenband verdringt zijn kopzorgen
In de middageditie van het NRC Handelsblad van gister, blikte Mark Hoogstad met Pieter van den Hoogenband terug op zijn gouden 100 meter vrije slag race. Over de wens van de staatsecretaris om het EK 2006 naar Nederland te halen, was hij duidelijk, 'Eerst zien, dan geloven'.
Pieter van den Hoogenband (24) schudde gisteren de irritatie van zich af en won bij de EK in Berlijn in een opnieuw superieure tijd de 100 meter vrije slag. ,,Winnen blijft het beste voorbeeld.''
BERLIJN, 1 AUG. Hoe bijzonder is een zoveelste gouden medaille voor Pieter van den Hoogenband? Enigszins beschroomd moest zelfs zijn trainer, succescoach Jacco Verhaeren, erkennen dat hij gisteren de neiging had de schouders op te halen na de opnieuw magistrale race van zijn pupil in de finale van de 100 meter vrije slag. ,,We zijn de laatste jaren zo verwend dat je nauwelijks nog opkijkt van een topprestatie meer of minder.''
En dus was het gisteren onbewust weer even of Verhaeren als beginnend coach van MZ en PC in Maastricht langs de badrand stond en ,,een of ander Limburgs record begroette''. Dat was het niet, en trekkend aan zijn sigaret drong langzaam maar zeker het besef door dat zijn pupil zichzelf opnieuw had overtroffen. ,,Met een voor het eerst sinds 'Sydney' weer evenwichtige race, één die bovendien grenst aan wat in mijn ogen de perfecte race is.''
Die voltrok zich op op de derde dag van de EK langebaanzwemmen in Berlijn, op het koningsnummer (100 meter vrije slag) en ging gepaard met een andermaal sublieme tijd: 47,86. Daarmee bleef Van den Hoogenband slechts tweehonderdste verwijderd van het wereldrecord, dat de inmiddels 24-jarige Brabander twee jaar geleden in de halve finales van het olympisch toernooi in Sydney op 47,84 bracht.
Tweede werd Alexander Popov, het sprintfenomeen uit Rusland dat jarenlang 'de 100' domineerde, maar nooit de 48-secondengrens bedwong. Gisteren wierp hij op voorhand de handdoek en spande hij zich nog slechts in voor de strijd om het zilver. ,,Het is een voorrecht om door Pieter van den Hoogenband verslagen te worden'', sprak de ondoorgrondelijke Rus naderhand met veel gevoel voor ironie.
Met zijn zege schudde Van den Hoogenband de irritatie van zich af die hem de afgelopen weken lelijk in de weg zat, nu de gewenste en volgens direct betrokkenen noodzakelijke doorstart van het Nederlandse topzwemmen uitblijft. ,,Ik proef verzadiging'', erkende hij. ,,Zo van: het is wel goed zo jongens, weer een toernooitje, weer een paar ereplaatsjes, daar liggen we niet wakker van. Terwijl we in werkelijkheid aan het inkakken zijn, op twee jaar van de Spelen in Athene.''
Daarmee schetste Van den Hoogenband het duivelse dilemma van het Nederlandse zwemmen: op het eerste gezicht verloopt alles naar wens, met drie min of meer gelijkwaardige profprojecten, nagenoeg optimale trainingsfaciliteiten en twee wereldsterren (Van den Hoogenband en de in Berlijn afwezige De Bruijn). Maar achter de schermen woekert de betonrot. Kennis en daadkracht zijn voorbehouden aan een handjevol enthousiastelingen, een voorbeeldige topsportmentaliteit is een zeldzaamheid.
Van den Hoogenband zou zijn ergernis wel van de daken willen schreeuwen, maar beseft dat hij zijn energie beter kan gebruiken. Gisteren troostte de snelste zwemmer op aarde zich met de gedachte dat ,,winnen uiteindelijk toch het beste voorbeeld blijft''. Vraag is alleen of dat voorbeeld niet te hoog is gegrepen voor een generatie die weliswaar over aantoonbare talenten beschikt, maar bij wie de 'heilige wil' (te) vaak te wensen over laat.
Dat ondervond Van den Hoogenband dit voorjaar bij de NK in Amersfoort, waar hij zich in een speeltuin waande, omdat de lust om buiten een balletje te trappen groter was dan de wil om hard door het water te razen. Hoe was het in hemelsnaam mogelijk, zo vroeg Van den Hoogenband zich vertwijfeld af. In een land nota bene dat zichzelf na de succesvolle Spelen in Sydney (vijf gouden, één zilveren en twee bronzen medailles) vol trots uitriep tot 'zwemnatie'.
In een land ook waar de bestuurders ,,in polonaise'' door de stad liepen, trots als de Eindhovense regenten waren op hun succesvolle stadgenoot. Nee, dat nieuwe topsportbad ter vervanging van de zwaar verouderde 'klotsbak' zou er beslist komen, geen twijfel mogelijk. Bijna twee jaar later moet de eerste spade nog altijd de grond in.
Begin bij Van den Hoogenband daarom niet over politici die vastbesloten beweren te zijn om de Europese titelstrijd in 2006 naar Eindhoven te halen. ,,Ahh, mensen met ambities, daar hou ik van!'', grimaste hij gisteren met dodelijk cynisme, toen het eerder die dag geuite voornemen van staatssecretaris Clémence Ross-Van Dorp (Sport) ter sprake kwam. 'Eerst zien, dan geloven', luidt tegenwoordig zijn credo.
Getergd was hij gisteren toch al, na de zeperd van maandag toen een van top tot teen verzuurde Ewout Holst het individuele belang liet prevaleren, en kort na zijn halve-finalerace op de 50 vlinder afgepeigerd te water stortte als startzwemmer van de zo bleek al na een halve baan kansloze estafetteploeg op de 4x100 vrij. Zelfs een ontketende Van den Hoogenband (tijd met vliegende start 47,12) kon de schade in de slotmeters niet meer repareren.
Inwendig kookte de kopman van woede over het stuitende gebrek aan besluiteloosheid, al hield hij zich nadien op de vlakte. Maar goed: achteraf bezien had hij natuurlijk net zo goed wel kunnen deelnemen aan de 400 meter vrije slag.
Natuurlijk spookte ook 'Japan' nog door zijn hoofd, het WK-toernooi waar hij vorig jaar tot vier keer toe genoegen moest nemen met een tweede plaats. Het was te verklaren, ,,dat tasje vol zilverwerk'' zoals hij zijn buit zelf noemde: de naweeën van 'Sydney', de vele huldigingen en festiviteiten met (te) weinig trainingsuren als logisch gevolg. Maar leuk? Nee, leuk was anders, erkende Van den Hoogenband. Want of hij nu wilde of niet: in Fukuoka was hij, minder dan een jaar na zijn goldrush in Australië, alweer ontmaskerd, en dat deed pijn.
Veelzeggend was dinsdag het commentaar van Verhaeren na de verlossende 47,97 van zijn pupil in de halve finales van de 100 vrij: ,,Pieter heeft vandaag laten zien dat die 47,84 uit Sydney geen toevalstreffer was.'' Zelf sprak Van den Hoogenband een dag later van ,,een flinke opluchting'', en ook dat was veelbetekenend. Want Pieter van den Hoogenband zwemt niet alleen voor zichzelf, hij zwemt ook voor het land dat maar geen zwemnatie wil worden.
Wederom Nationale toptijd Madelon Baans
De vijfde finaledag van het zwemmen telde maar twee Nederlandse deelnemers, alleen Madelon Baans en Pieter van den Hoogenband wisten vanochtend tot de halve finales door te dringen. Hinkelien Schreuder sneuvelde in de series van de 100 meter rugslag, zij heeft wat gas terug genomen om haar VWO diploma te halen, en kon in Berlijn geen topprestatie neer te zetten.
Madelon Baans verscheen aan de start van de 50 meter schoolslag sprint. Met een serietijd van 32,62 en een 50-meter split in de 100 meter van 32,54, zou ze het Nederlands record van 32,40 uit de boeken kunnen zwemmen. Na een snelle start kon ze het veld goed blijven volgen, alleen Igelström lag als vanouds een stukje voor. Tot het eind ging ze goed door, maar bij de finish kwam ze niet helemaal goed uit en moest ze een stukje uitdrijven. Met een tijd van 32,37 verbeterde ze het nationaal record van Ilse Kikkert, en plaatste ze zich als achtste voor de finale van morgen. “Dit record zat er in na mijn tussentijd op de 100 meter, ik wist dat ik mijn slagfrequentie laag moest houden. De laatste meters ging het toch weer wat omhoog, daardoor kwam ik niet goed uit bij het keerpunt en moest ik wat uitdrijven. Ik heb het idee dat er nog meer in zit op de 50,” aldus een stalende Madelon Baans.
Ook ons nationale rots in de branding Pieter van den Hoogenband kwam aan de start, dit maal voor de halve finales van de 200 meter vrije slag. Met 25,05; 51,72 en 1:18,94 als tussentijden, zwom hij naar een solide 1:46,21 waarmee hij zich als eerste plaatste voor de finale. “Ik zwom met de handrem erop, morgen wil ik knallen. Ik heb nu de 100 meter van gister nog in de benen, door vandaag wat in te houden hoop ik morgen wat over te hebben voor het eindschot,” aldus Van den Hoogenband. Zijn coach Jacco Verhaeren is het met hem eens, “Je kunt beter in de finale een wereldrecord zwemmen.”. Ook de tot Spanjaard genaturaliseerde Nederlander Olaf Wildeboer boekte ook een succesje door zich met 1:49,83 als achtste voor de finale te plaatsen.
Europese titels waren er vandaag ook te verdienen, Jana Henke won de 800 meter vrije slag overtuigend. Deze 29-jarige Duitse won in 1993 deze afstand ook al eens, nu scherpte ze haar persoonlijk record zelfs aan met meer dan zes seconden! Franck Esposito zwom in de laatste meters naar het goud op de 200 meter vlinderslag, ademend aan de zijkant kon hij de aan de andere kant liggende Denis Silantyev niet zien. Pas de laatste meters schoof hij er langs en won hij in 1:55,18, na in het eerste gedeelte van de race onder het wereldrecord van Michael Phelps gezwommen te hebben. De titel op de 200 meter schoolslag was een prooi voor de Italiaan Davide Rummolo, met 2:11,37 zwom hij naar het goud. De Duitsers Stev Theloke en Thomas Rupprath waren de favorieten voor het goud op de 50 meter rugslag. Rupprath ging vanaf de start aan kop en stond die niet meer (25,05), al kwam Theloke wel gevaarlijk dicht bij met 25,12. Yana Klochkova won als verwacht de 200 meter wisselslag bij de vrouwen, met 2:11,59 bleef ze maar een seconde boven haar Europees record.
Bianca van Os zesde op 1-meterplank
BERLIJN (ANP) – Bianca van Os-Bán is bij het EK in Berlijn als zesde geëindigd op de 1-meterplank met een totaal van 245,43 punten. ,,Ik was met 230 al heel tevreden geweest’’, reageerde de 21-jarige schoonspringster opgetogen. Ze slaagde er in de finale, die ze tot haar grote verrassing haalde, net niet in een plaatsje op te schuiven. Het verschil met de Duitse Conny Schmalfuss, die vijfde werd, was minder dan een punt.
Het goud was voor Heike Fischer. Zij kreeg voor eigen publiek de voorkeur van de jury boven Vera Iljina, de Russin die bij de vrouwen al jarenlang de toon ze op de plank. Terecht was haar devaluatie naar zilver niet. De olympische kampioene (3-meter) uit Moskou was absoluut beter. De nadelige marge met Fischer was gering (307,53 om 308,58) en kwam tot stand door een opvallende overwaardering van de meeste sprongen van de Duitse, zeker de laatste. De Russin Natalja Oemiskova werd met 285,03 derde.
Dat ze even vijfde was in het tussenklassement was Van Os, die bij Aquarijn in Houten wordt getraind door Angelique de Vroome, ontgaan. Die kans was er even doordat de veel geroutineerdere Schmalfuss de anderhalve contrasalto gehoekt niet tot een goed einde bracht. ,,Ik heb net als gisteren helemaal niets gezien van anderen. Dan ga ik denken, als dit, als dat; daar word ik alleen maar zenuwachtig van. Ik had me voorgnomen zo constant mogelijk te springen.’’
Het was Van Os overigens niet ontgaan dat Fischer bij de beoordeling nogal wat ongewenste steun kreeg. ,,Ja, die Duitse werd gelicht’’. Druk kon ze er zich begrijpelijk niet om maken. Daarvoor smaakte het eigen succes te zoet. ,, Ik had gehoopt op de achtste plaats. Dat zou de eerste kwalificatie voor de WK betekenen. De finale had ik nooit verwacht’’, zei de Utrechtse, die al veertien jaar op de plank staat maar slechts vier keer per week traint.
,,Dit is natuurlijke een prima stimulans. Ik zou best wel wat meer kunnen trainen, maar twee keer per dag zoals Iljina niet. Dat kan ook niet in Nederland, dan zou ik Lisette Planken achterna moeten naar de Verenigde Staten. Dat zie ik niet zitten. Ik ben gelukkig getrouwd.’’
Van Os, die voor het WK in Barcelona alleen nog vormbehoud moet tonen, vertelde te werken aan de verzwaring van haar sprongenrepertoire. Die is lichter dan bij de concurrentie. ,,De tweeënhalf moet bijvoorbeeld gehoekt. Die spring ik al wel, maar niet stabiel genoeg om hem hier te laten zien. De contra is altijd mijn zwakke punt geweest. Daarom deed ik die als tweede. Als-ie goed gaat, gaat de rest ook goed. Ik hoop nu op een finaleplek op de 3-meterplank. Daar heeft dit seizoen het accent ook op gelegen.’’
Lisette Planken werd op diezelfde 1-meterplank tiende en viel dus buiten de finale. Eerder al werd Vilmar Aarding bij de heren uitgeschakeld met een teleurstellende 22ste plaats, mede omdat een sprong geheel mislukte.
Madelon Baans overtuigend naar halve finale
Madelon Baans heeft donderdagmorgen de halve finales bereikt op de 50 meter schoolslag. Ze finishte in haar serie na 32,62 seconden, een paar tienden boven het Nederlandse record van Ilse Kikkert (32,40).
Baans ging als zevende door naar de halve eindstrijd. De Zweedse Emma Igelström was het snelst in de kwalificatie: 31,83.
Ook Pieter van den Hoogenband had geen moeite met de series 200 meter vrije slag. In de derde serie mocht Dragos Coman op de eerste honderd meter dichtbij blijven, daarna had de Roemeen geen enkele kans meer. Van den Hoogenband maakte met 1.47.53 de snelste serietijd. Om de halve finale te bereiken was 1.52.07 nodig.
Het eerste EK-optreden van Hinkelien Schreuder draaide uit op een teleurstelling. Zij eindigde in de series 100 meter rugslag in het achterveld na 1.05.93.
Dit jaar gaf Schreuder voorrang aan het afronden van haar VWO-studie. In maart zwom zij nog wel 1.04.02 en verdiende daarmee EK-uitzending.
Print
Mail een vriend



